HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2850

Aanwezigheid van 4,1 kg hennepresten i.v.m. de Aanwijzing Opiumwet van 2 november 2000, Stcrt. 2000, 250. Art. 3a, vijfde lid, Opiumwet. Hof: het OM is ontvankelijk nu in de woning van de verdachte een hoeveelheid van 4,1 kilogram hennepresten is aangetroffen en mitsdien geen sprake was van een geringe hoeveelheid bestemd voor eigen gebruik zoals bedoeld in de Aanwijzing. In dat verband doet niet ter zake “van hoeveel planten de hennep afkomstig is”. HR: de Aanwijzing dient aldus te worden uitgelegd dat de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met een politiesepot wordt afgedaan, ongeacht de hoeveelheid of het gewicht van de met die teelt verkregen of te verkrijgen opbrengst van voor consumptie geschikte hennep of hennepproducten (vgl. HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4015, NJ 2012/63). Het oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken