HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1453
1. Gebruik maken voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, artt. 344a.3 en 360 Sv. 2. Vordering bp. Ad 1. Het Hof heeft als bm opgenomen een p-v van politie waarin een verklaring van een anonieme getuige is weergegeven, zonder het gebruik daarvan nader te motiveren. Dit verzuim behoeft evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden gelet op de inhoud van de overige bm, waarmee de bewezenverklaring ook met weglating van bedoelde getuigenverklaring toereikend is gemotiveerd. Ad 2.’s Hofs oordeel dat de vordering van de bp niet is betwist, is niet onbegrijpelijk, nu het Hof daarmee tot uitdrukking heeft gebracht dat die vordering - ook wat betreft de immateriële schade - onvoldoende gemotiveerd is betwist.
De uitspraak op rechtspraak.nl