HR 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3574

Afwijzing verzoek om in het kader van de ontvankelijkheid van het h.b. de postbode die de mededeling uitspraak tevergeefs heeft aangeboden op een oud GBA-adres van verdachte als getuige te horen. Verdediging heeft in h.b. betwist dat verdachte degene was die volgens de akte van uitreiking de mededeling uitspraak heeft geweigerd in ontvangst te nemen en heeft in h.b. verzocht de postbode hieromtrent te horen. Het Hof heeft het verzoek afgewezen "mede gelet op het tijdsverloop" en op de grond dat verdachte "niet ter terechtzitting aanwezig is en zijn vader evenmin [en] nergens uit blijkt dat het niet verdachte was die de brief heeft geweigerd". Het verzoek is gedaan tegen de achtergrond van de ontvankelijkheid van verdachte in het h.b. Het Hof heeft verdachte, mede gelet op hetgeen de postbode heeft gerelateerd in de akte van uitreiking, n-o verklaard in het h.b. Gelet hierop en in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd alsmede in aanmerking genomen dat verdachte t.t.v. de aanbieding in de GBA stond ingeschreven op een ander adres dan waar de mededeling is aangeboden, is de afwijzing van het verzoek niet zonder meer begrijpelijk. CAG gaat in op de ontvankelijkheid van het h.b. en op de vraag of uit het feit dat verdachte heeft geweigerd de mededeling uitspraak in ontvangst te nemen kan worden afgeleid dat er sprake is van een “omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is” zoals bedoeld in art. 408.2 Sv. HR laat desbetreffende klacht buiten bespreking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen