HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3255
Profijtontneming. 1. Motivering schatting w.v.v. Art. 359.3, 511f en 511g Sv. 2. Verwerping verweer m.b.t. het terugstorten van gelden aan de Vereniging van Eigenaren. 3. Oordeel Hof m.b.t. aanvangsmoment redelijke termijn. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Het Hof heeft in de bestreden uitspraak volstaan met een verwijzing naar bewijsmiddelen, waaronder het financieel rapport met de daarin bereikte gevolgtrekkingen. Gelet op het namens betrokkene gevoerde verweer voldoet de bestreden uitspraak evenwel niet aan de vooropgestelde motiveringseisen. De bestreden uitspraak is in zoverre dan ook ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. In het licht van de in de schriftuur en de conclusie van de A-G onder 3.2 opgenomen passage uit het Ontnemingsrapport schiet de motivering van de verwerping van het gevoerde verweer te kort. Ad 3. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL: 2008:BD2578 m.b.t. de redelijke termijn. ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn berust op de opvatting dat het moment van grootschalige beslaglegging als begin van de redelijke termijn dient te worden aangemerkt geen steun vindt in het recht. Dat oordeel is in zijn algemeenheid onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl