HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2862

Poging tot moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel dat de voorbedachte raad kan worden bewezenverklaard, gelet op de vooropstellingen in genoemd arrest, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt de HR i.h.b. in aanmerking dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat de gelegenheid voor verdachte om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven, zich i.h.b. voordeed gedurende het tijdsbestek dat aanving toen hij het dreigement uitte: “Kleine snotneus, nigger, ik ga je doodschieten, wacht maar”, hij een pistool pakte, doorlaadde en in de richting van X, Y en Z schoot, terwijl het Hof niets heeft vastgesteld omtrent het tijdsverloop dat met e.e.a. gemoeid is geweest. V.zv. het Hof in dit verband belang zou hebben toegekend aan de drie kwartier eerder geuite woorden: “Ze gaan zien, wacht maar”, doet dit aan de ontoereikendheid van de motivering niet af, nu het Hof niet heeft vastgesteld dat die uitlating verband hield met verdachtes voorgenomen daad terwijl een dergelijk verband evenmin rechtstreeks voortvloeit uit die uitlating.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken