HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2754
Uitlevering. 1. ’s Hofs oordeel dat de uitlevering van de opgeëiste persoon is verzocht teneinde hem te kunnen vervolgen t.z.v. 4 feiten (‘count one’ t/m ‘count four’) is feitelijk en, gelet op de door de verzoekende Staat overgelegde stukken, niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oordeel dat wat betreft ‘count four’ is voldaan aan de eis van art. 9.3 aanhef en onder b, van het te dezen toepasselijke uitleveringsverdrag dat uit het gevoegde bewijsmateriaal een redelijk vermoeden van schuld – zoals omschreven in ECLI:NL:HR:2012:BX6949 – voortvloeit, is, gelet op de inhoud van de door de verzoekende Staat overgelegde stukken, onbegrijpelijk. HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af en verklaart de verzochte uitlevering wat betreft ‘count four’ ontoelaatbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl