HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6949
Uitlevering. Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika (hierna: Verdrag). De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AF0451 m.b.t. het vereiste van dubbele strafbaarheid. Gelet hierop moet worden aangenomen dat het in art. 9.3 Verdrag bedoelde bewijsmateriaal volgens Nederlands recht de aanhouding en dagvaarding van de opgeëiste persoon zou rechtvaardigen indien het (materiële) feit in Nederland zou zijn gepleegd. Bewijsmateriaal m.b.t. bestanddelen van de buitenlandse strafbaarstelling die de Nederlandse strafbepaling niet kent, behoeft dus niet bij het uitleveringsverzoek te worden gevoegd. Aldus geeft het oordeel van de Rb dat i.c. is voldaan aan de eisen van art. 9.3.b Verdrag niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Opmerking verdient nog het volgende. In o.m. HR LJN AD5741 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de toepassing van art. 9.3ahf.b Verdrag als maatstaf heeft te gelden of, indien de opgeëiste persoon voor een Nederlandse rechter zou zijn vervolgd, het niet hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat deze, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering de tlgd. feiten geheel of gedeeltelijk bewezen zou achten. De Hoge Raad is thans van oordeel dat voormelde maatstaf minder geschikt is omdat zij het oog heeft op de situatie waarin door het OM een dagvaarding (of kennisgeving van verdere vervolging) is uitgebracht, terwijl voormelde verdragsbepaling ziet op de situatie waarin dit nog niet aan de orde is. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat naar het recht van de verzoekende Staat het bewijsmateriaal voldoende moet zijn voor een “probable cause”, dient voortaan te worden geoordeeld dat aan meergenoemde verdragseis is voldaan indien uit het bijgevoegde bewijsmateriaal een zodanig redelijk vermoeden van schuld van de opgeëiste persoon voorvloeit aan het feit waarvoor de uitlevering is verzocht dat naar Nederlands recht zijn aanhouding dan wel enig nader onderzoek met het oog op dagvaarding gerechtvaardigd zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl