HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:268

Geklaagd wordt dat de bewezenverklaring van beroeps- of bedrijfsmatig handelen a.b.i. art. 11.3 Ow i.c. ten onrechte is gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”. Bij deze klacht over het ten onrechte toepassing geven aan art. 57 Sr mist vd een voldoende rechtens te respecteren belang. Gelet op de strafmaxima bij de door het hof toegepaste strafbepalingen - zes jaar - , het toepasselijke strafmaximum als art. 57.2 Sr van toepassing zou zijn - acht jaar - en de door het hof opgelegde gevangenisstraf - 12 maanden - is het belang van vd bij de klacht niet evident. Van de verdediging mag in een dergelijk geval, gelet op art. 80a RO, in redelijkheid worden verlangd dat zij in de cassatieschriftuur een toelichting geeft m.b.t. het belang bij de klacht en daartoe is de enkele stelling in de cassatieschriftuur dat een ongebreidelde cumulatie van strafoplegging dreigt niet genoegzaam. Overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken