HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:192

1. Rechtsgeldige betekening oproeping voor de tz. in h.b? 2. Afwijzing verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet rechtsgeldig is opgeroepen voor de tz. van 29 okt. 2013 nu is gebleken dat het adres waarop hij was ingeschreven in de GBA, na de – rechtsgeldige – betekening van die oproeping aan de Griffier van de Rb. maar voor de aanvang van het ottz., is gewijzigd in een adres in het buitenland en de oproeping niet o.d.v.v. art. 588.2 Sv naar dit adres is toegezonden, is onjuist. 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Hetgeen in dat arrest is weergegeven geldt ook in het geval dat het ottz. in h.b. na eerdere sluiting wordt heropend. HR herhaalt voorts relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Gelet op beide genoemde arresten en in aanmerking genomen het procesverloop i.c. en hetgeen door de raadsman van verdachte aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag is gelegd, kunnen de door het hof genoemde gronden de afwijzing van het verzoek dragen. De A-G heeft zich niet uitgelaten over de overige middelen. De HR stelt de A-G daartoe alsnog in de gelegenheid en verwijst de zaak met het oog daarop naar de rolzitting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken