HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1804

Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:901 waarin om een aanvullende conclusie is gevraagd. Door de verdediging is verweer gevoerd dat de dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard, waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Aangezien zodanige beslissing in de bestreden uitspraak niet voorkomt, is het middel gegrond. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu het Hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. Het middel en het verweer berusten op de stelling dat het gaat om een impliciet cumulatieve tll. zodat bij iedere tlgd. gedraging een nadere tijdspecificatie zou moeten worden vermeld. Het Hof heeft de tll. kennelijk aldus verstaan dat daarin aan verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging met verenigde krachten gedurende de nacht van 24 op 25 mei 2013, bestaande die openlijke geweldpleging uit een of meer van de gedragingen die na de gedachtestreepjes zijn vermeld. Die uitleg is met de bewoordingen van de tll. niet onverenigbaar en moet in cassatie worden geëerbiedigd. Overige middelen: art. 81.1 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken