HR 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1505

HR: art. 80a RO. De kwalificatie vindt niet haar grondslag in de bewezenverklaring. Gelet echter op de opgelegde straf en het op het bewezenverklaarde feit gestelde strafmaximum alsmede in aanmerking genomen dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat de rechter (binnen de grenzen van het strafmaximum voor het bewezenverklaarde feit) bij de strafoplegging ten nadele van verdachte rekening houdt met een omstandigheid die, hoewel dat had gekund, niet als strafverzwarende omstandigheid is tlgd. en bewezenverklaard, terwijl in cassatie niet is bestreden dat van die omstandigheid ttz. is gebleken, is het belang van verdachte bij haar cassatieberoep op dit punt niet evident. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2012:BX0146. De schriftuur bevat niet een in zo een geval vereiste toelichting m.b.t. het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het – rechtens te respecteren – belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof met het oog op een nieuwe behandeling. De HR is – ook overigens – van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken