HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3622
Art. 36f Sr. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:1430. Het oordeel van het Hof dat in de vernietiging “uitsluitend wat betreft de strafoplegging” door de HR van de eerdere uitspraak van het Hof niet begrepen zijn de in die uitspraak opgelegde schadevergoedingsmaatregelen, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet hierop heeft het Hof in zijn thans bestreden uitspraak ten onrechte geoordeeld dat de schadevergoedingsmaatregelen niet meer aan zijn oordeel waren onderworpen. Nu de bij de eerdere uitspraak opgelegde schadevergoedingsmaatregelen door de HR zijn vernietigd en daarmee zijn vervallen, is het belang van verdachte bij zijn klacht dat deze maatregelen niet (opnieuw) zijn opgelegd, echter niet evident. In aanmerking genomen dat geen andere middelen van cassatie zijn voorgesteld, is ook het belang van verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. De schriftuur bevat evenwel niet de in ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.6.2 bedoelde, in zo een geval vereiste toelichting m.b.t. het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak. De HR zal daarom - gezien art. 80a RO - het beroep n-o verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl