HR 30 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2858
Profijtontneming. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Art. 36e.7 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:653. Het op 1 juli 2011 in werking getreden art. 36e.7 Sr houdt een wijziging van wetgeving in t.a.v. de toepasselijke regels van sanctierecht. Het na 1 juli 2011 geldende recht kan niet als gunstiger voor betrokkene worden aangemerkt, aangezien naar het voorheen geldende recht niet de in art. 36e Sr bedoelde betalingsverplichting kan worden opgelegd tot het volledige bedrag dat betrokkene en zijn mededader(s) tezamen wederrechtelijk hebben verkregen zonder dat behoeft te worden vastgesteld welk deel daarvan in het vermogen van betrokkene is gevloeid. Het Hof heeft, in aanmerking genomen dat in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak is bewezen verklaard dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen in de periode van 7 feb. 2008 t/m 9 feb. 2012, in deze zaak ten onrechte toepassing gegeven aan genoemde bepaling.
De uitspraak op rechtspraak.nl