HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:227

Beklag, artt. 552a en 552p Sv. I.h.k.v. de uitvoering van een Brits rechtshulpverzoek zijn voorwerpen in beslag genomen. N.a.v. een “Klaagschrift over inbeslagneming (Art. 552a&552p Sv.)” van o.a. klaagster heeft de Rb ex art. 552a.1 Sv bij beschikking met nr. 12/1316 “het beklag ongegrond” verklaard. Daarnaast heeft de Rb ex art. 552p.2 Sv op vordering van de OvJ bij beschikking met nrs. 12/1177 en 12/1180 verlof verleend aan de OvJ om het inbeslaggenomene – onder voorbehoud - ter beschikking te stellen aan de Britse autoriteiten. Tegen de beschikking van de Rb waarbij het in art. 552p.2 Sv bedoelde verlof is verleend, hebben de in die beschikking vermelde partijen geen beroep in cassatie ingesteld, terwijl ook in de namens klaagster in de onderhavige zaak ingediende schriftuur n.a.v. haar afgewezen klaagschrift geen klachten zijn geformuleerd m.b.t. het in die beschikking gegeven verlof en de gronden waarop dat berust. Aldus moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat die beschikking onherroepelijk is geworden. Vernietiging van de onderhavige beschikking kan daarin geen verandering brengen. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de onderhavige beschikking van de Rb, zodat zij daarin n-o moet worden verklaard. De HR herhaalt zijn opmerking uit ECLI:NL:HR:2012:BT8757.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken