HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3314
Beklag, beslag. Verschoningsrecht notaris. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2005/353. De Rb heeft met toepassing van de juiste maatstaf uiteengezet dat en waarom zij van oordeel is dat zich de zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan het belang dat de waarheid aan het licht komt - ook t.a.v. datgene waarvan de wetenschap de klager als notaris is toevertrouwd - dient te prevaleren boven het verschoningsrecht. Daarbij heeft de Rb betrokken dat de aan klager verweten gedragingen raken aan de kern van diens werkzaamheden als, en aan dienst openbare en maatschappelijke functie van, notaris, in verband waarmee de wet hem voorhoudt dat hij zijn diensten zal hebben te weigeren in die gevallen waarin hij moet beseffen dat die eraan kunnen bijdragen dat i.s.m. het recht of met de openbare orde wordt gehandeld, of dat de van hem verlangde werkzaamheden een ongeoorloofd doel of gevolg dichterbij kunnen brengen. De Rb heeft vastgesteld dat klager wordt verdacht van o.m. het medeplegen van witwassen en het medeplegen van valsheid in geschrift m.b.t. authentieke akten, en heeft als haar oordeel tot uitdrukking gebracht dat deze feiten als een zeer ernstig misdrijf moeten worden aangemerkt. Het oordeel van de Rb getuigt, in het licht van hetgeen partijen bij de behandeling in openbare raadkamer naar voren hebben gebracht, niet van miskenning van de in dit verband geldende zware motiveringseisen, en de Rb was niet gehouden haar oordeel omtrent het bestaan van de verdenking jegens klager en omtrent de ernst van die verdenking nader te motiveren om dit begrijpelijk te doen zijn. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat hetgeen namens klager is aangevoerd de Rb in een beklagprocedure als de onderhavige, waarin slechts in beperkte mate kan worden onderzocht in hoeverre de jegens de verschoningsgerechtigde geformuleerde verdenking gegrond is, niet noopte de jegens klager bestaande verdenking als ongegrond aan te merken. De Rb was niet gehouden nader te motiveren waarom kennisneming van alle inbeslaggenomen documenten met het oog op de waarheidsvinding dringend geboden is.
De uitspraak op rechtspraak.nl