HR 11 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2539
Niet-ontvankelijkverklaring in h.b. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? HR stelt de toepasselijke overweging uit HR LJN AO5706 voorop. Ttz. in h.b. is door de raadsman gesteld dat hij, nadat hij telefonisch en per faxbrief aan de Kantonrechter uitstel had verzocht en bij de griffie had geïnformeerd of de brief was ontvangen, hetgeen het geval was, door een griffiemedewerker is teruggebeld met de mededeling dat de behandeling van de zaak zou worden aangehouden. Op grond daarvan is aangevoerd dat verdachte en de raadsman in de veronderstelling mochten verkeren dat de behandeling van de zaak was aangehouden. Het Hof heeft geoordeeld dat het in de omstandigheden van het geval op de weg van verdachte en diens raadsman had gelegen om na afloop van de tz. te informeren of aanhouding was verleend en dat het voor eigen rekening en risico komt dat zij erop vertrouwden dat het gevraagde uitstel was verleend. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof niet heeft vastgesteld dat de weergave van de mededeling waarop verdachte zich heeft beroepen, onjuist is. Aan de omstandigheden “dat die mededeling niet bekend is en niet is na te gaan door wie de mededeling zou zijn gedaan”, kan die conclusie niet worden verbonden. Dat brengt, gelet op de vooropstelling, mee dat de bestreden uitspraak ontoereikend is gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl