HR 17 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2002
OM-cassatie en cassatie verdachte. Witwassen, art. 420bis Sr. Middelen verdachte: art. 80a RO. Middel OM: HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:150 m.b.t. verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. Deze rechtsregels hebben slechts betrekking op het geval dat verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aannemelijk is, dat die voorwerpen afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf (vgl. HR ECLI:NL:HR:2013:2001). ’s Hofs oordeel dat m.b.t. bepaalde geldbedragen niet tot de kwalificatie witwassen kan worden gekomen geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. V.zv. het middel berust op de opvatting dat in een geval als i.c. “de rechter dan wel het (grond)misdrijf waaraan de verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt zoveel mogelijk te concretiseren voor wat betreft plaats, tijd en door de verdachte verrichten handelingen” stelt het een eis die het recht niet kent.
De uitspraak op rechtspraak.nl