HR 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1159
Bewijsklacht. Ongeloofwaardige verklaring verdachte. De werkwijze die de Rb i.c. in haar zgn. Promis-vonnis heeft gevolgd t.a.v. de - door het Hof overgenomen - bewijsmotivering, komt erop neer dat de redengevende f&o waarop de beslissing steunt dat verdachte het tlgd. heeft begaan, zijn vermeld in een bewijsredenering waarbij de Rb heeft volstaan met een verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen waaraan die f&o zijn ontleend (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BA0424). In dat opzicht wijkt het vonnis i.c. af van de beslissing waarop het in het middel genoemde arrest (ECLI:NL:HR:2011:BP8498) betrekking heeft. De Rb heeft in haar bewijsmotivering tot uitdrukking gebracht dat zij geen geloof heeft gehecht aan de verklaring van verdachte. Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat de rechter in zijn bewijsmotivering f/o weergeeft teneinde vervolgens tot uitdrukking te brengen dat daaraan moet worden voorbijgegaan (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BF1182).
De uitspraak op rechtspraak.nl