HR 12 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1155

Toevoeging (andere) raadsman. Art. 41 jo. art 45 Sv. I.c. heeft verdachte voorlopige hechtenis ondergaan en is zowel in e.a. als in h.b. aan hem ex art. 41.1 Sv een raadsman toegevoegd. Uit de stukken van het geding blijkt evenwel dat die raadsman zich reeds in e.a. uit de zaak had teruggetrokken en dat hij het bewijs van toevoeging in h.b. voorafgaande aan de tz. aan het Hof heeft teruggestuurd met bericht dat hij ook in h.b. niet voor verdachte optreedt. De stukken van het geding houden niet in dat in h.b. een andere advocaat zich als raadsman heeft gesteld en evenmin dat toevoeging van een andere raadsman a.b.i. art. 45.1 Sv heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat verdachte in h.b. geen raadsman heeft gehad. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat, gelet op het in art. 45.1 Sv vervatte voorbehoud, i.c. van de toevoeging van een andere raadsman kon worden afgezien. De in het belang van de verdachte gegeven voorschriften vervat in de art. 41.1ahf.b Sv en 45.1,3,4 Sv zijn van een zo grote betekenis dat, al wordt zulks niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet nakoming daarvan geacht moet worden aan een geldige behandeling van het onderzoek op de tz. in de weg te staan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen