HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY5326

Voorwaardelijk opzet zwaar lichamelijk letsel verbalisanten. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR LJN BI4736. Blijkens zijn bewijsoverweging heeft het Hof geoordeeld dat "verdachte zich willens en wetens [heeft] blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij de verbalisanten zou aan- of overrijden", dat hij die kans blijkens zijn handelen ook welbewust heeft aanvaard en dat er daarom sprake is geweest van opzet bij verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Die oordelen getuigen niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat het Hof daarbij kennelijk heeft geoordeeld dat het om een kans ging die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten, is ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen hetgeen het Hof in zijn bewijsvoering heeft vastgesteld m.b.t. de omstandigheden van het geval, meer i.h.b. m.b.t. hetgeen is gebleken bij de gehouden reconstructie. Ook het oordeel dat verdachte die aanmerkelijke kans welbewust heeft aanvaard, is toereikend gemotiveerd. In de bewijsoverweging ligt immers besloten dat het naar het oordeel van het Hof niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de verbalisanten zich achter zijn auto bevonden, in aanmerking genomen hetgeen het Hof heeft vastgesteld m.b.t. hetgeen zich direct voorafgaand aan het "incident" heeft voorgedaan, de omstandigheid dat het Hof de andersluidende verklaring van verdachte over de plaats waar de verbalisanten zich bevonden ongeloofwaardig heeft bevonden en de verwijzing van het Hof naar de verklaring van verdachte in h.b. dat hij de agenten niet dood wilde hebben, maar dat hij wilde voorkomen dat hij werd aangehouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen