HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5551

1. Beslissing beslag, bewaring t.b.v. de rechthebbende. 2. Vordering b.p., rechtstreekse schade. Ad 1. Uit de beslaglijst en uit de door de A-G ingewonnen inlichtingen blijkt dat het beslag op de in het middel bedoelde voorwerpen reeds was opgeheven t.t.v. de behandeling van de zaak door het Hof. Het Hof heeft derhalve, met miskenning van het bepaalde in art. 353.1 Sv, ten onrechte de bewaring van deze voorwerpen gelast t.b.v. de rechthebbende. Ad 2. Het Hof heeft geoordeeld dat de bewezenverklaarde gewoonteheling en de gepleegde diefstal in zodanig nauw verband staan met elkaar dat de door verdachte gepleegde gewoonteheling rechtstreeks de door de b.p. geleden schade heeft veroorzaakt a.b.i. art. 51a.1 Sv. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde geen nadere motivering, in aanmerking genomen dat het bestaan van zodanig verband in gevallen als deze niet is uitgesloten (vgl. HR LJN ZD0985) en door of namens verdachte in feitelijke aanleg geen verweer is gevoerd tegen de vordering van de b.p. en dus ook niet is betwist dat i.c. dit verband aanwezig was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen