HR 24 maart 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0985
De opvatting dat de strafbaarstelling van heling niet (mede) strekt ter bescherming van rechthebbendes belang op het geheelde goed en dat een bestolene daarom niet als beledigde partij op vergoeding aanspraak kan maken is niet juist. Concrete omstandigheden zijn bepalend voor de vraag of voldoende verband bestaat tussen de helingshandeling en de door rechthebbende geleden schade. 's Hofs oordeel daaromtrent geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, aldus HR. Sr art. 416.1; Sv artt. 51a.1, 332-337 (oud).