HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4150
Afwijzing getuigenverzoeken. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BW9036 m.b.t. vereisten voor opgave van getuigen of deskundigen a.b.i. art. 410.3 Sv en de beperkte toetsing door de HR van het oordeel of sprake is van een dergelijke opgave. Het Hof heeft kennelijk de bij appelschriftuur gedane (in algemene bewoordingen gestelde) opgave niet aangemerkt als een verzoek tot oproeping van getuigen a.b.i. art. 410.3 Sv, zodat ingevolge art. 418.3 Sv de noodzaak tot het horen van de getuigen de voor de beslissing toepasselijke maatstaf is. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof geoordeeld dat de aanvullende brief waarin wordt verzocht om twee met name genoemde personen als getuigen op te roepen dit niet anders maakt. Dat het Hof de aanvullende brief kennelijk voorts niet heeft aangemerkt als een overeenkomstig art. 414.2 jo art. 263.2 en 3 Sv gedaan verzoek tot oproeping is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat dit verzoek niet binnen de wettelijke termijn en bij de juiste instantie is ingediend.
De uitspraak op rechtspraak.nl