HR 9 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4096

Verdachte en OM-cassatie. 1. Strafbaarheid tlgd. Art. 1 Sr, art. 7 EVRM. Paintballmarker (paintballwapen). WWM, Regeling wapens en munitie. 2. Rechtsdwaling. 3. Middel A-G, nietigheid dagvaarding. Ad 1. Het Hof heeft overwogen dat een paintballmarker (paintballwapen) valt onder Categorie I onder 7º, als omschreven in art. 2.1 WWM jo. art. 3ahf.a Regeling wapens en munitie. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat de in de tll. genoemde paintballwapens voorwerpen zijn die door de Minister zijn aangewezen a.b.i. art. 3ahf.a Regeling wapens en munitie. Aldus heeft het Hof terecht aangenomen dat een (verbindende) wettelijke regeling bestaat waarop de strafbaarheid van het tlgd. kan worden gegrond. V.zv. de klacht inhoudt dat zodanige regeling ontbreekt, faalt zij. V.zv. de klacht inhoudt dat het Hof heeft miskend dat deze regeling zodanig ondoorzichtig is dat voor verdachte niet voorzienbaar was dat zijn handelen strafbaar was, kan deze klacht niet tot cassatie leiden omdat zodanig beroep op schending van art. 7 EVRM niet voor het eerst in cassatie kan worden gedaan. Ad 2. Het Hof heeft niet onbegrijpelijk vastgesteld dat verdachte bewust de grenzen van de wetgeving heeft opgezocht en overschreden. Daarin ligt als zijn oordeel besloten dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte meende en in redelijkheid kon menen dat hij met zijn handel in paintballwapens de wet niet overtrad, en dat derhalve van verschoonbare dwaling t.a.v. de wederrechtelijkheid van zijn gedraging geen sprake is. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 3. Gelet op de bewoordingen van de tll., de inhoud van art.13.1 jo. art. 3.1 WWM waarop de tll. is toegesneden, en in aanmerking genomen dat niet blijkt dat door of namens verdachte t.o.v. het Hof is aangevoerd dat het verdachte onduidelijk is waarop die tll. betrekking heeft, is ‘s Hofs overweging dat de dagvaarding t.a.v. die tll. nietig verklaard dient te worden “aangezien het daar gestelde een onvoldoende duidelijke en begrijpelijke omschrijving bevat van het tlgd.”, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen