HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7679
BOPZ-zaak. Griffierecht voldaan na afloop van in art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) genoemde termijn. Beroep toch ontvankelijk. Het feit dat BOPZ-zaken ingevolge Wgbz niet van griffierechten zijn vrijgesteld, berust op een misslag. Ontheffing geldt ook voor Bopz-zaken. Rechter dient bij beslissing op ontslagverzoek van art. 49 Wet BOPZ ingevolge art. 8 Wet BOPZ betrokkene te horen danwel in zijn beslissing vast te stellen dat bereidheid van betrokkene hiertoe ontbreekt; uit bestreden oordeel blijkt niet dat bereidheid ontbrak of betrokkene niet in staat was te verschijnen.
De uitspraak op rechtspraak.nl