HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176
Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen maar incidenteel schorsing gevorderd tot tijdstip wijzen eindarrest in een samenhangende procedure. Behoudens bijzondere wettelijke bepaling geen aanspraak op behandeling vooraf van incidentele vordering (art. 209 Rv.). Geen onbegrijpelijk oordeel dat hier geen reden bestond de incidentele vordering eerst en vooraf te behandelen. Verval van instantie gericht op hetzij beëindiging hetzij voortprocederen; niet aannemelijk dat samenhang tussen procedures appellant heeft belet behoorlijk van grieven te dienen.
De uitspraak op rechtspraak.nl