HR 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5260

Toereikend bewijs voorwaardelijk opzet bij poging tot moord, meermalen gepleegd. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte zesmaal heeft geschoten in de richting van de ramen van de kleine dakkapel, de slaapkamer, waarin X en Y, naar voor de verdachte kenbaar was, aanwezig waren, dat vier door de verdachte afgevuurde kogels op geringe afstand, maximaal 72 cm, van de plaats waar X en van Y zich bevonden door het middelste raam zijn gegaan en twee kogels tegen de muur onder het rechterraam waarvoor zij aanvankelijk stonden zijn terechtgekomen, waarvan één recht onder dit raam, en dat de hoogte van de kogelinslagen in het middelste raam van dien aard was dat de kogels vitale lichaamsdelen van de in die slaapkamer aanwezige personen hadden kunnen treffen. Het Hof heeft bij zijn oordeel alle relevante omstandigheden meegewogen, en daarbij ook betrokken dat het voor de verdachte niet kenbaar was waar in de slaapkamer genoemde personen zich ten tijde van het schieten precies bevonden of waar zij zich naar toe bewogen, dat de verdachte van de indeling noch de inrichting van die slaapkamer op de hoogte was, en dat de verdachte een ongeoefend schutter was. ’s Hofs oordeel dat de gedragingen van de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood in het leven hebben geroepen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen