HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4909
Vertegenwoordiging; schijn van volmachtverlening; art. 3:61 lid 2 BW. Voor toerekening kan ook plaats zijn ingeval van feiten en omstandigheden die voor risico achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. “Toedoen” achterman daarvoor niet noodzakelijk (vgl. HR 19 februari 2010, LJN BK7671, NJ 2010/115). Beroep op beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, dat naar andere maatstaven moet worden beoordeeld dan het beroep op art. 3:61 lid 2, ten onrechte onbehandeld gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl