HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7066

Dwanginvordering door Ontvanger onrechtmatig jegens derden die door handelen belastingschuldigen (verduisteren gelden) zijn benadeeld? Rechtsgeldig betekend executoriaal derdenbeslag is akte van vervolging in de zin van art. 27 lid 1 (oud) Iw 1990, waarvan stuitende werking voortduurt totdat laatste beslissing in daaropvolgende procedure is gevallen. Burgerlijke rechter in een geval als het onderhavige niet geroepen de onderliggende aanslagen of de materiële belastingschuld inhoudelijk te beoordelen. De vorderingen van eiseressen tot cassatie in dit geding tegen de Ontvanger hangen immers niet samen met enigerlei aansprakelijkheid van hen voor het ontstaan of onbetaald blijven van de belastingschuld van de belastingschuldigen. Geen strijd met fair play-beginsel of enig ander beginsel van behoorlijk bestuur. De zeer beperkte uitzondering op het wettelijk preferentiestelsel die in Ontvanger/Hamm q.q. is aanvaard voor gevallen van betaling zonder rechtsgrond als gevolg van onmiskenbare vergissing of van daarmee voor toepassing Faillissementswet op een lijn te stellen oorzaak (vgl. HR 7 juni 2002, LJN AE3796, NJ 2002/608) leent zich niet voor toepassing in onderhavige, wezenlijk andere, situatie. Verhaal Ontvanger op de voet van art. 21 Iw 1990 op goederen van de beide belastingschuldigen niet onverenigbaar met art. 6 EVRM en art. 1 Eerste Protocol EVRM. Deels verwerping met toepassing art. 81 RO

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen