HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5730
1. Vordering b.p. 2. Tul, art. 77k Sr. Ad 1. In aanmerking genomen dat de aantekening van het mondelinge vonnis van de Pr niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. gevorderde schadevergoeding, en niet blijkt dat de b.p zich op de voet van art. 421.3 Sv in het geding in h.b. heeft gevoegd, heeft het Hof door te overwegen en te beslissen op de vordering gehandeld i.s.m. art. 361 jo. 415 Sv (vgl. HR NJ 1993/585). Ad 2. Het Hof heeft de tul gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie en deze daarbij omgezet in een gevangenisstraf. ’s Hofs oordeel dat de rechter reeds bij zijn last tot tul van de voorwaardelijke straf van jeugddetentie deze straf op de voet van art. 77k Sr kan vervangen door een straf genoemd in art. 9.1 Sr is onjuist (vgl. HR LJN AO1751). HR doet de zaak op dit punt zelf af door te verstaan dat het Hof de tul heeft gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie.
De uitspraak op rechtspraak.nl