HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5725
Afpersing ex-echtgenote. Vervolgingsuitsluitingsgrond. Bewijsklacht faalt. Art. 316, 317 en 319 Sr. HR stelt voorop dat een vervolgingsuitsluitingsgrond slechts tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging kan leiden en als zodanig een bewezenverklaring niet raakt. Voor zover het middel een beroep doet op de toepasselijkheid van art. 55.2 Sr, wordt miskend dat die bepaling hier geen betekenis heeft omdat art. 316.1 Sr in verbinding met art. 319 Sr geen betrekking heeft op de strafbaarheid van het feit, maar een bijzondere regeling bevat voor de vervolgbaarheid van bepaalde delicten. De vraag of het Openbaar Ministerie op ontoelaatbare wijze aan een aan een bepaald delict verbonden vervolgingsuitsluitingsgrond zou zijn voorbijgegaan door een ander delict ten laste te leggen, is verweven met waarderingen van feitelijk aard, en kan daarom niet voor het eerst in cassatie aan de orde worden gesteld. In feitelijke aanleg is echter door de verdediging geen beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De uitspraak op rechtspraak.nl