HR 14 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8798
Vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel. 1. Art. 332 (oud) Sv. 2. Art. 51a en 51b Sv en 36f Sr. Ad 1. De beledigde partij heeft zich gevoegd overeenkomstig de voorschriften die thans gelden voor de voeging van de b.p. Nu het “voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces” de beledigde partij klaarblijkelijk door het parket van de OvJ is verstrekt, zal mogelijke niet-inachtneming van de voorschriften die voor de voeging golden onder art. 332 (oud) Sv niet ten nadele van de beledigde partij kunnen strekken. Ad 2. De artt. 51a en 51b Sv en art. 36f Sr zijn in o.m. het arrondissement Rotterdam, waar de zaak in e.a. is berecht, in werking getreden op 1 april 1995. Deze artikelen zijn n.v.t. op strafbare feiten die zijn begaan vóór het tijdstip van de inwerkingtreding (vgl. HR LJN AE0537). Onderhavige feiten zijn begaan vóór 1 april 1995. Gelet daarop kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven vzv. de vordering van de beledigde partij is toegewezen tot een bedrag van meer dan fl. 1500,-, zijnde het toentertijd ingevolge art. 56 (oud) RO ten hoogste toegestane bedrag van de door de beledigde partij te vorderen schadevergoeding, en vzv. daarbij op de voet van art. 36f Sr aan verdachte een betalingsverplichting is opgelegd. HR doet de zaak zelf af en vernietigt de bestreden uitspraak vzv het toegewezen bedrag van de vordering van de beledigde partij het bedrag van fl. 1500,- te boven gaat. Voorts wordt de beledigde partij voor het meerdere n-o verklaard en wordt de bestreden uitspraak vernietigd vzv. daarbij een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl