HR 15 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0079

OM-cassatie. Appelschriftuur. In aanmerking genomen dat ingevolge art. 410 Sv een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis moet bevatten, is het oordeel van het hof dat het de zich bij de stukken bevindende “opgave van bezwaren” niet heeft aangemerkt als appelschriftuur niet onbegrijpelijk. Het middel richt zich voorts tegen het oordeel van het hof dat “het belang van het ingestelde beroep in casu niet prevaleert boven het belang van sanctionering van het verzuim” en het door het hof aan het verzuim verbonden rechtsgevolg. HR: De beantwoording van de vraag of het belang van het appel zwaarder dient te wegen dan het belang dat is gemoeid met het verbinden van niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep aan het verzuim van het OM om een appelschriftuur in te dienen, is in hoge mate afhankelijk van de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat het oordeel van de feitenrechter daaromtrent in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst (vgl. HR LJN BK0910). ’s Hofs oordeel dat het belang van het ingestelde beroep i.c. niet vergt dat een niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in het beroep achterwege dient te blijven, is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen