HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2962
Beklag. 1. Art. 552a Sv. 2. Belanghebbende. Ad 1. Rb heeft geoordeeld dat niet klager maar een ander als eigenaar van de onder laatstgenoemde inbeslaggenomen auto dient te worden aangemerkt. Dat oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk, mede gelet op het summiere karakter van het onderzoek naar aanleiding van het klaagschrft a.b.i. art. 552a Sv en in aanmerking genomen dat het in de beklagprocedure gaat om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten ten aanzien van het in het geding zijnde voorwerp (vgl. HR LJN BL2823). Ad 2. Rb heeft klager ten onrechte n-o verklaard. Voor de vraag of klager als belanghebbende i.z.v. art. 552a Sv kan gelden en dientengevolge in het beklag kan worden ontvangen is niet beslissend of hij als eigenaar kan worden aangemerkt, maar of hij gesteld heeft eigenaar te zijn (vgl. HR LJN AN8586). Behoeft i.c. niet tot cassatie te leiden, omdat Rb blijkens de bestreden beschikking van die stelling is uitgegaan en het klaagschrift en de daarin ingenomen stellingen omtrent de aanspraken van klager inhoudelijk heeft beoordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl