HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9223
N.o.-verklaring in hoger beroep o.g.v. art. 416.2 Sr. De door de raadsman ingediende appelschriftuur houdt niet in dat hij daartoe door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd. Ter terechtzitting in hoger beroep was de raadsman verschenen, die verklaarde niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. In een geval als i.c., waarin de advocaat, die de appelschriftuur heeft ingediend, ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, brengen beginselen van een goede procesorde mee dat de rechter de raadsman - ook indien deze niet is gemachtigd op de voet van art. 279 Sv - de gelegenheid biedt om zich uit te laten omtrent de vraag of hij tot het indienen van de appelschriftuur bepaaldelijk was gevolmachtigd en zal bij bevestigende beantwoording van die vraag toepassing van art. 416.2 Sv achterwege dienen te blijven. Nu niet blijkt dat het Hof de raadsman die gelegen heid heeft geboden, lijden het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak aan nietigheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl