HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9187

1. Gegronde bewijsklacht. 2. Art. 359a1.b. 2 Sv. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van spiegelconfrontaties. Ad 1. Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte verkeersborden onder zijn bereik heeft gebracht “door middel van verbreking”. Ad 2. Nu het Hof de resultaten van de spiegelconfrontaties tot het bewijs heeft gebezigd, had het Hof de vraag moeten beantwoorden of sprake was van de beweerdelijke verzuimen en zo ja of daaraan bewijsuitsluiting diende te worden verbonden. De kennelijke opvatting van het Hof, dat een dergelijke beantwoording achterwege kan blijven als het bewijsmiddel waarvan de rechtmatigheid wordt aangevochten, niet het enige bewijsmiddel is waaruit de betrokkenheid van verdachte bij het hem verweten feit “naar voren komt” , is onjuist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen