HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7040
Onrechtmatige overheidsdaad. Schade van belanghebbende aan wie bouwvergunning is verleend doordat hij niet heeft kunnen bouwen gedurende schorsing besluit tot vergunningverlening door voorzieningenrechter op verzoek van derden die tegen dit besluit eerder tevergeefs bezwaar hebben gemaakt en zonder succes tegen het besluit op bezwaar beroep en vervolgens hoger beroep hebben ingesteld. Termijnoverschrijding valt niet onder formele rechtskracht (vgl. afd. bestuursrechtspraak RvS 21 juni 2010, LJN BN1930). Overschrijding van termijn voor beslissing op bezwaarschrift, met in dit geval 29 weken, brengt nog niet met zich dat het bestuursorgaan onrechtmatig heeft gehandeld jegens degene aan wie de vergunning is verstrekt. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig die meebrengen dat het bestuursorgaan, door pas na het verstrijken van de wettelijke termijn een besluit te nemen, in strijd handelt met de in het maatschappelijk verkeer jegens een belanghebbende in acht te nemen zorgvuldigheid. Uit art. 7:10 lid 4 Awb blijkt dat de wettelijke limitering van de termijn om op een bezwaarschrift te beslissen mede strekt ter bescherming van de belangen van andere belanghebbenden dan de indieners van het bezwaarschrift. Geen eigen schuld belanghebbende.
De uitspraak op rechtspraak.nl