HR 10 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6078
Ondernemingsrecht. Enquêterecht; onderzoek naar wanbeleid; ondernemingskamer kan indien uit het debat van partijen na deponering van het verslag van onderzoekers ter griffie, of ambtshalve, blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest, partijen vragen op de zaak betrekking hebbende bescheiden in het geding te brengen, dan wel de onderzoeker(s) vragen aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling van de zaak om een toelichting te geven op het verslag of om een oordeel te geven over stellingen van feitelijke aard die partijen inmiddels naar voren hebben gebracht; de ondernemingskamer is in zo’n geval voorts bevoegd, ook ambtshalve, bij tussenbeschikking te gelasten dat het onderzoek wordt heropend; discretionaire bevoegdheden van de ondernemingskamer; voor een op de ondernemingskamer rustende verplichting om van deze bevoegdheden gebruik te maken biedt de wet geen grond; tenzij het debat tussen partijen hiertoe noopt, is de ondernemingskamer ook niet gehouden om te motiveren waarom zij van deze bevoegdheden geen gebruik maakt .
De uitspraak op rechtspraak.nl