HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM3638

Overschrijding redelijke termijn en betekening verstekmededeling. HR herhaalt daaromtrent relevante overwegingen uit HR LJN BD2578 en neemt voorts in aanmerking hetgeen in HR LJN ZD2099 is overwogen t.a.v. de op de verdachte rustende verplichting om te zorgen dat hij op de hoogte raakt van de inhoud van voor hem bedoelde stukken. I.c. kan niet worden gezegd dat de vertraging die is opgetreden vanaf de datum van de bestreden uitspraak tot de datum waarop cassatie is ingesteld valt toe te rekenen aan het OM, in aanmerking genomen dat de verstekmededeling binnen een jaar na de uitspraak rechtsgeldig is betekend op de in art. 588.1.b.3° Sv voorziene wijze, het OM minstens 1 maal per jaar heeft getracht te achterhalen of verdachte inmiddels in de GBA was opgenomen en verdachte op geen enkel moment ingeschreven is geweest in de GBA. Van overschrijding van de redelijke termijn is derhalve geen sprake geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen