HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8146
Procesrecht. Verzoek tot bevelen voorlopig getuigenverhoor om opheldering te verkrijgen over vervanging van voltallige meervoudige kamer hangende geding, dat is uitgemond in eindvonnis waartegen cassatieberoep is ingesteld. Aan toewijsbaarheid verzoek staat mogelijkheid om tegen de einduitspraak een rechtsmiddel aan te wenden niet in de weg. Verzoekster lijdt in zoverre geen schade als gevolg van beweerd onrechtmatig handelen van gerechtsbestuur dat met de uitkomst van het geding, als de daartegen aan te wenden rechtsmiddelen zijn uitgeput, de onderlinge rechtsverhouding tussen de procespartijen (bij dat geding) vastligt. Indien de door verzoekster gestelde gang van zaken juist is, betekent dit evenwel een ernstige schending van het mede door art. 6 EVRM gegarandeerde fundamentele recht op een eerlijk proces. In een op die schending gebaseerde procedure zou, als genoegdoening voor die schending, een daartoe strekkende verklaring voor recht kunnen worden gevorderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl