HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4476
Luchtvaartwet (LVW), schadeloosstelling ex art. 50 (oud), waardevermeerdering ex art. 55 (oud). Geschil over schade door bouwverbod voor terrein in nabijheid van luchthaven Schiphol (zie ook HR 6 februari 2009, LJN BG5056). Ontvankelijkheid in cassatie (art. 54 lid 4 en 5 LVW jo. 53 Ow), herstel vormverzuim niet-betekening afgelegde verklaring. Economisch eigenaar moet voor de toepassing van art. 50 en 55 LVW worden aangemerkt als eigenaar. Recht om waardevermeerdering te vorderen ex art. 55 LVW gaat niet teniet doordat deze bepaling in 2003 buiten werking is gesteld voor luchthaven Schiphol, nu het bouwverbod voor die tijd is opgelegd. Het systeem van de LVW laat toepassing van de eigenschuld-regeling van art. 6:101 BW onverlet. Bij de vaststelling van de schadeloosstelling ex art. 50 LVW dient ook rekening te worden gehouden met de (in art. 55 LVW bedoelde) gevolgen van de opheffing van het bouwverbod. In procedure ex art. 50 LVW mag rechter ook wat betreft zekerheidstelling rekening houden met het bepaalde in art. 55 LVW. Leer van de bindende eindbeslissing geldt niet in een procedure op de voet van art. 50 LVW. Regeling verandering/vermeerdering eis in art. 130 Rv. is niet van toepassing in procedure ex art. 50 LVW.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 198 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 233 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 404 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 81 RO
- Artikel 37 Onteigeningswet
- Artikel 52 Onteigeningswet
- Artikel 53 Onteigeningswet
- Artikel 38 LVW
- Artikel 50 LVW
- Artikel 54 LVW
- Artikel 55 LVW
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 8.9 WLV