HR 5 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3722
Beklag ex art. 552a Sv mbt conservatoir beslag (inbeslaggenomen banktegoeden). 1. Beslissing t.a.v. proportionaliteit beslag mede o.b.v. mededeling RC. 2. Overleggen SFO-stukken aan raadkamer o.g.v. art. 23.4 Sv? 3. Beslissing door enkelvoudige kamer. Ad 1. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de rechter bij de beoordeling van een beklag over inbeslagneming ter motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven te hebben onderzocht of er een redelijke verhouding bestaat tussen de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen en de mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat de Rb. haar beslissing mede baseert op een mededeling van de RC a.b.i. art. 126e.1 Sv, welke voortvloeit uit een mededeling van de OvJ a.b.i. art. 126b Sv. Ad 2. De opvatting dat in een geval als i.c., niettegenstaande de ongegrondverklaring van het door klaagster o.g.v. art. 32 Sv ingediende bezwaarschrift, door het OM alle stukken van het SFO aan de raadkamer moeten worden overgelegd als “op de zaak betrekking hebbende stukken” a.b.i. art. 23.4 Sv en dat de raadkamer vervolgens dient te beoordelen of en zo ja, in hoeverre de kennisneming van die stukken aan de verdediging dient te worden onthouden ex art. 23.5 Sv, is onjuist. Ad 3. De enkelvoudige kamer van de Rb. is o.g.v. art. 21.5 Sv bevoegd tot de behandeling van een zaak indien deze van eenvoudige aard is. Het oordeel of de zaak van eenvoudige aard is, is voorbehouden aan de feitenrechter en kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl