HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574
Faillissementsrecht. Verzoek om VOF in staat van faillissement te verklaren waarvan de bedrijfsactivitei-ten zijn overgedragen aan een onderneming in een andere lidstaat en de vennoten naar die lidstaat zijn verhuisd en aldaar werken. Nederlandse rechter, o.g.v. art. 3 lid 1 Verordening (EG) Nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, PbEG 2000 L 160, internationaal bevoegd om kennis te nemen van verzoek tot faillietverklaring. Faillietverklaring vennootschap onder firma mogelijk tot vereffening is voltooid. Enkele omstandigheid dat bedrijfsactiviteiten zijn overgedragen aan onderne-ming in andere lidstaat brengt niet met zich dat het centrum van de voornaamste belangen van de v.o.f., in de zin van art. 3 lid 1 van de Insolventieverordening, niet langer in Nederland liggen. Dat vennoten ten tijde van faillissementsaanvraag in een andere lidstaat wonen en de failliet verklaarde vennootschap geen daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten meer uitoefent, geen grond voor regel van Nederlands recht dat faillis-sement van v.o.f. noodwendig het faillissement van haar vennoten meebrengt.