HR 16 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9929

Niet-ondertekende machtiging tot binnentreden. Vzv. het middel de eis stelt dat de machtiging tot binnentreden a.b.i. art. 2.1 Awbi zich bij de stukken van het geding dient te bevinden, faalt het omdat die eis geen steun vindt in het recht (vgl. t.a.v. art. 120 Sv (oud) HR LJN AD1248, rov. 7.7.). Dat met een dergelijke machtiging is binnengetreden, kan immers ook langs andere weg worden vastgesteld. ‘s Hofs oordeel dat het binnentreden i.c. rechtsgeldig heeft plaatsgehad met een machtiging is niet onbegrijpelijk. Daarbij kan in het midden blijven of ’s Hofs oordeel dat die machtiging was ondertekend toereikend is gemotiveerd. Het enkel ontbreken van die handtekening levert hier niet een tot bewijsuitsluiting leidend vormverzuim op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen