Hof 's-Hertogenbosch 9 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5315
De politie treedt in de nachtelijke uren zonder toestemming van verdachte binnen in zijn woning ter aanhouding van verdachte wegens burengerucht. Vervolgens beledigt verdachte één van de binnentredende politieambtenaren en bedreigt hij een andere, niet bij het binnentreden aanwezige politieambtenaar. De stelling van de raadsman dat het binnentreden onrechtmatig was, kan -indien juist- niet de gevolgtrekking dragen dat zulks een vormverzuim oplevert in het kader van het voorbereidend onderzoek ex art. 359a Sv naar de in deze zaak ten laste gelegde en bewezen verklaarde belediging en bedreiging. In strijd met art. 7 lid 1 Awbi bepaalt de machtiging tot binnentreden niet dat tussen middernacht en 6 uur ’s morgens zonder toestemming van de bewoner kan worden binnengetreden. Dit leidt tot vrijspraak van het aan art. 267 Sr ontleende bestanddeel dat de ambtenaar werd beledigd “gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening”.
De uitspraak op rechtspraak.nl