HR 10 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9222
Beklagprocedure. Bepleitbaar standpunt. Verdachte wordt verdacht van belastingfraude. De Rb. heeft het beklag ongegrond verklaard t.a.v. de zgn. corpora delicti. Het oordeel van de Rb, dat t.a.v. klager sprake was van een redelijk vermoeden van schuld t.a.v. genoemd feit is onjuist, noch onbegrijpelijk. Het door klager ingenomen “bepleitbaar fiscale standpunt” noopte de Rb. niet tot een nadere motivering. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het onderzoek in raadkamer n.a.v. een klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv een summier karakter draagt (HR LJN BA2279). De Rb. heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat dit door klager ingenomen bepleitbaar standpunt een beoordeling ten gronde vereist. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl