HR 4 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0281
Art. 359a Sv. Vooropgesteld wordt (i) dat een beslissing tot toepassing van rechtsgevolg a.b.i. art. 359a Sv dient te worden genomen en gemotiveerd a.d.h.v. de factoren genoemd in lid 2, (ii) dat van de verdediging die en beroep doet op schending van een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveer a.d.hv. die factoren wordt aangegeven tot welk in art. 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden, en (iii) dat alleen op een zodanig verweer een met redenen omklede beslissing moet worden gegeven (HR LJN AM2533. Kennelijk heeft het Hof hetgeen door en namens verdachte is aangevoerd niet als een zodanig verweer opgevat. Dat is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de raadsman slechts heeft aangevoerd dat vrijspraak dient te volgen omdat het overtuigend bewijs ontbreekt voor verdachtes betrokkenheid bij het tlg. misdrijf.
De uitspraak op rechtspraak.nl