HR 23 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3665

Verstekverlening. Aangevoerd wordt dat ten onrechte verstek is verleend nu verdachte tijdig aanwezig was in het Paleis van Justitie, aldaar door de bodes naar een verkeerde locatie is verwezen, en dat het onderzoek van de zaak al was gesloten toen hij zich bij het Hof meldde. Het p-v t.t.z. houdt o.m. in dat verdachte niet is verschenen, dat de wel verschenen, niet-uitdrukkelijk gemachtigde raadsman verzoekt om aanhouding nu verdachte niet t.t.z. aanwezig kan zijn en dat het Hof dat verzoek afwijst nu de raadsman geen enkele reden heeft gegeven voor het niet verschijnen van verdachte. De door het Hof o.g.v. art. 83 RO aan de HR verstrekte inlichtingen omtrent de gang van zaken op de dag van de tz. houden in dat het Hof geen wetenschap heeft van een andere gang van zaken dan in het p-v t.t.z. weergegeven. De raadsman heeft in reactie daarop doen weten te blijven bij het eerder aangevoerde. Voor hetgeen in cassatie is aangevoerd, kan aldus geen feitelijke grondslag worden gevonden en daarop stuit het middel af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen