HR 22 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6813

Recht op bijstand advocaat. In aanmerking genomen dat verdachte ttz. in h.b. is verschenen en aldaar uitdrukkelijk als zijn wens kenbaar heeft gemaakt dat de zaak buiten aanwezigheid van zijn raadsman zou worden behandeld, kon het Hof in redelijkheid aannemen dat verdachte afstand deed van zijn recht op bijstand van een raadsman ttz. Dat oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Dit brengt mee dat het Hof niet gehouden was een onderzoek in te stellen naar de reden van afwezigheid van de raadsman ttz. dan wel de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de raadsman alsnog de gelegenheid te bieden het woord ter verdediging te voeren (vgl. HR LJN ZD0987).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen