HR 19 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4464

Ontneming. Aan te leggen maatstaf bij verzoek horen getuigen bij ontneming. Na een regiezitting worden 9 van de 10 getuigen vooralsnog afgewezen. Op een volgende ttz. persisteerde de rm bij zijn eerder gedane verzoek, echter in zoverre dat hij het noodzakelijk acht om 3 getuigen te horen. Dit wijst het Hof weer af wegens onvoldoende onderbouwing. HR: Het Hof heeft niet onbegrijpelijk het verzoek om de andere 6 getuigen te horen als ingetrokken beschouwt. Het moet dan ook ervoor worden gehouden dat in cassatie nog slechts ’s Hofs afwijzing van deze 3 getuigen aan de orde is. Maatstaf voor het verzoek is ingevolge art. 288.1.c Sv jo. art. 415 Sv en art. 551g.2 Sv of redelijkerwijze valt aan te nemen dat de betrokkene door de afwijzing van het verzoek in zijn verdediging wordt geschaad. Die maatstaf heeft het Hof (mede) toegepast. Het specifieke karakter van de ontnemingsprocedure en i.h.b. wat de wetgever t.a.v., kort gezegd, de bewijslastverdeling tussen partijen voor ogen had, heeft consequenties voor de hantering van genoemde maatstaf. Aan de onderbouwing van een verzoek mogen, al naar gelang de aard en omvang van het reeds aanwezige materiaal en het verloop van de procedure tot dan toe, zwaardere eisen worden gesteld, waarbij mede van belang is in hoeverre de rechter het standpunt van het OM in het licht van die zijde verschafte gegevens en berekeningen voorshands aannemelijk acht, vgl. HR LJN AD8950. ’s Hofs afwijzing is niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen